Familie Boeken


 De volgen de Boeken kunt u bestellen: Fournier en Renaud


Beschrijving boeken

Toussaint Fournier, een bewoner van de parochie St. Quentin in de stad Doornik (Tour.nai), in het Belgische Henegouwen, is de eerste Fournier, waarvan met zekerheid enkele gegevens bekend zijn. Totdat verdere onderzoekeningen meer aan het licht brengen, moet deze Toussaint dus als stamvader van het hier besproken geslacht beschouwd worden. Wij vinden Toussaint vermeld in het boek Marriages (pag.1) van de genoemde parochie, ter gelegenheid van zijn huwelijk op 29.11.1646 met Marie Catherine Debrie.

Gelijktijdig met hem leefden in Doornik nog meer personen met de naam Fournier, die merendeels tot dezelfde familie behoord zullen hebben. Waar het niet mogelijk was een enigermate steekhoudend verband tussen deze personen te leggen, zijn deze echter niet vermeld. Dit is ook het geval met de Fourniers, die een generatie ouder zijn.

Een uitzondering maak ik voor Antoine Fournier, overleden op 24.09.1623 in de pa.rochie St. Jacques (Deces, pag. 76), gehuwd met N.N., overleden in dezelfde parochie op 27.08.1625 (Deces, pag. 178). Zijn voornaam komt veel in de familie voor en het is dus mogelijk, dat deze Antoine de vader van Toussaint was. De oudste generaties an het geslacht Fournier, waarover deze genealogie gaat, verbleven in de zuidelijke Nederlan.den en waren R.K. Na de ineenstorting, van het rijk van Napoleon, neemt ene Hypolite Fournier dienst in het Nederlands leger. Door krijgsverrichtingen verminkt vestigt hij zich noodgedwongen in Nederland en wordt zodoende de stamvader van de hier te lande wonende Fourniers. de leden van de uit hem gesproten generaties zijn in hoofd.zaak de protestantse geloofsrichtingen toegedaan. Nog een enkel woord over de beteke.nis van de geslachtsnaam. Een Fournier was eertijds een bakker, aangesteld door de overheid, die brood bakte voor de behoeftigen. De voorkeur in de familie voor de overheidsdienst dateert dus reeds van oudsher. De bronnen van gegevens zijn in deze genealogie slechts bij uitzondering vermeld; voor belangstellenden zijn zij bij de schrij.ver beschikbaar. Overigens moet ik vermelden, dat het archief van Doornik in beide wereldoorlogen door brand is verwoest, waarbij veel gegevens verloren zijn gegaan. Rest nog slechts te vermelden, dat met de thans ter beschikking staande gegevens geen verband is te leggen met de in Nederland wonende Forniers, ondanks het feiten, dat deze familie tot omstreeks 1825 Fournier heette en eveneens uit de omtrek van Doornik afkomstig is.,
Verder wordt de genealogie van het geslacht in het boek behandeld. Eerst wordt de afkomst van de thans in nederland levende Fourniers behandeld, daarna een waarschijnlijk uitgestorven tak, die in de Zuidelijke Nederlanden is gebleven.

Ook levenbeschrijvingen van Fourniers en foto van de betreffende personen worden in het boek behandeld.


HET GESLACHT RENAUD De familie Renaud is afkomstig van Franse hugenoten, die omstreeks 1680 in Leiden arriveerden. Waarschijnlijk is het woord 'hugenoten' een Franse verbastering van het Duitse woord 'Eidgenosse'. De stamboom van de familie Renaud is uitgezocht door Jan Veentjer, gehuwd met een dochter van mijn achterachterneef Leendert Renaud; hij is gekomen tot omstreeks 1600. Deze stamboom heb ik gebruikt en bijna alle data heb ik daaraan ontleend. In de familiebijbel van het geslacht Renaud (thans in het bezit van mijn zwager Pieter Renaud) heeft dominee Jacobus Albertus van Waenen, 'emeritus-predikant van Woerden, woonende te Voorburg bij 's Hage' een geslachts-register 'uit vriendschap' ingeschreven 'den 5e October 1838, oud 70 jaren'. In grote trekken komt dit geslachtsregister overeen met de meer wetenschappelijke stamboom door Jan Veentjer; er wordt vaak aan eervolle zaken 'met stilzwijgen' voorbij gegaan en er is waarschijnlijk soms wat in verzonnen. Volgens het geslachtsregister in de familiebijbel is Renaud een oud en aanzienlijk geslacht, oorspronkelijk afkomstig uit Zwitserland, waar 'het zelfde in de oudste tijden reeds bloeide' en een wapen voerde, waarvan ik nog een door mijn schoonvader geschilderd exemplaar heb. Het geslacht stond bekend onder de naam Regnault de Saint-Jean-d'Angely; dat was en is nog een plaatsje ca. 50 km oostelijk van Rochefort en ca. 80 km zuidoostelijk van La Rochelle, een belangrijke havenplaats aan de Golf van Biscaye. Het was een streek in het toenmalige Frankrijk waar zeer veel protestanten woonden. Als protestant en als stamvader 'van denzelven stam naar Holland uitgeweken om de vervolging van den godsdienst (te ontgaan)' wordt aangeduid Quinan (Vuinand, Winand en thans Wijnand genaamd) Renaud, geboren in 1654 te Sedan (Frankrijk); met zijn ouders en met zijn zuster Marie kwam hij 'omtrent 1680 tot Leyden aan in behoeftige omstandigheden als hebbende alles achtergelaten om de vervolging te ontgaan, welke zij zelfs van hun aanverwanten te lijden hadden'. Hij kwam dus al voordat het Edict van Nantes was herroepen en hoorde tot de 'vroege' refugiés. Wanneer en waar hij is overleden is niet bekend. Tot goed begrip van de situatie volgt hier wat van de historie. Vele feiten en beschouwingen heb ik daarvoor ontleend aan het boek 'Vlucht naar de vrijheid' door H. Bots c.s. anno 1985. In de christelijke wereld was vanouds de katholieke kerk de 'erfgenaam' van de Romeinse vroeg-christelijke kerk. In bijna alle Europese landen was de rooms-katholieke kerk de enige van overheidswege erkende kerk en iedereen was officieel rooms-katholiek. De godsdienst had een prominente plaats in het maatschappelijke leven. Op vele plaatsen in Europa en in alle eeuwen waren er groepen dissidenten, die de Bijbel heel anders interpreteerden en die protesteerden tegen allerhande misbruiken, die in de loop der tijden in de kerkelijke praktijk waren ingeslopen. Deze 'protestanten' vormden aparte kerkgenootschappen, die een geduchte concurrentie betekenden voor de rooms-katholieke kerk, en zij hadden een afwijkende godsdienstige visie. De rooms-katholieke kerk was in het geheel niet tolerant en de protestanten (zogenaamde ketters) werden dan ook in vele landen, waaronder Frankrijk, vervolgd en zeer streng bestraft. Nadat de leer van Calvijn zich vanuit Genève over grote delen van Europa, waaronder Frankrijk, had verspreid (medio 16e eeuw), leidde dit onder andere in Frankrijk tot grote onrust en bijna tot een burgeroorlog, waarvan de zogenaamde Bartholomeusnacht van 23 op 24 augustus 1572 ook in het buitenland bekend is geworden; er vielen daarbij circa 30.000 slachtoffers. In april-mei 1598 konden de protestanten in Frankrijk de Koning (Henri IV) overhalen om het 'eeuwigdurend' en onherroepbare Edict van Nantes uit te vaardigen. Dit Edict heeft slechts 87 jaar bestaan, want op 18 oktober 1685 werd het herroepen door Lodewijk XIV (Edict van Fontainebleau); dat was een harde slag voor de protestantse populatie in Frankrijk, die geschat wordt op 4% (850.000 zielen) van de totale bevolking. Daarvan kozen zeker 200.000 mensen de ongewisse vlucht naar de vrijheid van gewetensdwang en, voor velen, naar lijfsbehoud; daarvan zijn er volgens ruwe schatting zo'n 55.000 naar de Republiek der Verenigde Nederlanden gekomen. De grote vlucht naar tolerantere landen, die al enigszins aan de gang was, nam in 1685 een grotere omvang aan. Er waren er velen, die met achterlating van al hun bezittingen naar de Noordelijke Nederlanden vluchtten, omdat daar een tolerante verdraagzaamheid heerste; zo ook onze voorvader Quinan Renaud, die in Leiden terechtkwam. Sommige steden stelden gunstige vestigings- en belastingvoorwaarden in het vooruitzicht, maar in de praktijk kwam daar weinig van terecht. Reeds bij de eerste refugiés bleek al gauw, dat voor hun opvang heel wat meer nodig was dan gunstige voorwaarden. Zo was voor de leniging der nood van de meestal berooide vluchtelingen veel geld nodig; er werden overal collectes gehouden op gewestelijk, stedelijk en kerkelijk niveau. Iedereen wilde hulp bieden. Deze collectes waren een groot succes; zo bracht de kerkcollecte in Leiden in 1685 ruim negentienduizend gulden op. Vanzelfsprekend gewenden de Nederlanders aan de steeds doorgaande vluchtelingenstroom en na circa 1690 begon de offervaardigheid van de Nederlanders danig af te nemen. Na 1695 schreven vele steden een loterij uit ten behoeve van de refugiés; door de goklust (toen al!) van velen brachten die loterijen enorm veel geld op. De eerste generatie hugenoten vond bijna zonder uitzondering een gastvrij onthaal in de zogenaamde Waalse (Franse protestantse) kerk. Daarin vormden de hugenoten, waaronder honderden predikanten, een hechte geloofsgemeenschap, waarin de Franse taal de voertaal was. Deze vluchtelingen klitten aaneen in groepen in een voor hen vreemde maatschappij en van assimilatie was dan ook nauwelijks sprake; ook konden velen geen passend werk vinden. Vast staat echter, dat de intelligentsia bij de hugenoten een grote rol heeft gespeeld in de Nederlandse wetenschap en literatuur; de handel in boeken en de pers hebben hiervan geprofiteerd. Dikwijls hebben de hugenoten de plaatselijke economie belangrijk bevorderd; het waren vaak hardwerkende vaklieden, die veelal hun geredde kapitaal meenamen. Het is opmerkelijk, dat de hugenoten, die hier slaagden, nog lange tijd een Franse levenswijze hadden en niet vernederlandsten; degenen onder hen, die niet slaagden, zullen troost bij elkaar hebben gezocht en zullen helemaal niet vernederlandst zijn. De tweede generatie hugenoten miste de politiek-religieuze bezieling van hun ouders en had veel lossere banden met Frankrijk. Ook zij integreerden maar moeizaam en velen raakten ontworteld en behandelden de Nederlandse levenswijze met een zekere hautaine neerbuigendheid. Mogelijk hebben vele hugenoten in deze tijd hun naam vernederlandst (bijv. Dumoulin werd Van der Molen, Le Jeune werd De Jonge, Romain werd Romein en D'Angremond werd Dangermond). Een gevaar voor verfransing van de Nederlandse maatschappij is er nooit geweest, daar onze cultuur weliswaar altijd heeft opengestaan voor 'vreemde invloeden', doch met een groot opnamevermogen deze invloeden steeds toch op een of andere wijze met ons cultuurgoed heeft doen versmelten. Ik begin mijn verhandeling bij Johannes Renaud (1764-1840); die noem ik de eerste generatie, doch bij Veentjer is hij generatie 7. De familie Renaud is uitgebreid en heeft zich rondom 's-Gravenhage ontwikkeld tot een grote familie met veel vertakkingen. Daarvan heb ik geen gegevens en zij zijn veelal niet van direct belang voor dit verhaal. Daarom beperk ik mij tot die Renauds, waarvan ik aanwijsbaar direct afstam of die ik in de familiekring wel eens hoorde noemen of die ik wel eens heb ontmoet. Het boek Renaud behandeld het geslacht en aangetrouwde familie. Ook wordt er levenbeschrijvingen van personen gegeven en fotos van de betreffende personen.
Bestelling Boeken: Fournier, Renaud.

Kosten van de boeken op aanvraag ,geef het aantal boeken op in je email. Mail




home.jpg